VrijVerhaald

Wat zou de bib zijn zonder de ondersteuning van de vrijwilligers?
Zij houden de boel hier mee draaiende, zeker weten! 

Creatief, empathisch en lekker eigenzinnig 

De bib in gesprek met Lut Dierickx

Portret Lut Dierickx

Aan het begin van een interview is het vaak een rondje aftasten alvorens gesprekspartners elkaar vinden. Dat was alvast niet zo toen ik  - op veilige afstand én met mondmasker -  in de inkomhal van de bib aan de babbel ging met vrijwilliger Lut. ‘Mezelf voorstellen? Goh, wat kan ik allemaal vertellen?’ antwoordde ze op de eerste vraag van mijn lijstje. Het was de enige aarzeling van wat een uitbundige spraakwaterval werd.
 
Vijf jaar geleden ging Lut met pensioen. In haar job bij de belastingen had ze veel plezier. ‘Ik ging langs bij de bedrijven om hun controles te doen.
Dat ik bij hen op bezoek ging viel niet altijd in goede aarde bij mijn oversten, maar ach …
ik ben altijd graag onder de mensen geweest én ik hou ervan mijn eigen goesting te doen.’

Haar drukke beroepsbezigheden hebben Lut nooit gehinderd om er ook in haar vrije tijd een volle agenda op na te houden. Legpuzzels maken, volksdansen bij Reynout, textielontwerpen, tekenen in de academie, in de tuin werken, … Het zijn maar enkele van haar vele passies.
Bovendien was/is ze actief in Ondernemend Appels, CC Belgica en Rosse Buurten.  
‘En toch,’ zegt Lut, ‘vond ik dat ik tijd over had. Twee jaar geleden begon het te kriebelen. Waarom zou ik er niks van vrijwilligerswerk bij doen?
Van het museum en het cc kwam geen respons op mijn vraag; het was Laurens  - die ik kende van Rosse Buurten -  die me voorstelde vrijwilliger te worden in de bib. Dat moest hij geen twee keer zeggen!’ 

‘Ik amuseer me.’ Lut lacht. ‘Ik heb geen voorkeur voor welke taak dan ook. Door de huidige onthaal- en stewardfunctie zit ik op de eerste rij om (weer) mensen te zien en regelmatig een babbeltje te slaan. Ik heb mijn roeping als hostess gemist zeker?’ 
Ook in pre-coronatijd kon Lut zich in de bib uitleven met het wegzetten van de boeken.
Het deed haar terugdenken aan het begin van haar carrière, toen ze loonfiches klasseerde en manueel invoerde.  
Lut reageert op mijn ietwat verbaasde blik. ‘Ik weet het, niet direct iets wat je verwacht van een creatieve geest als ik, maar klasseren, rangschikken, ordenen… ik haal daar vreugde uit.’ 
 

Lut Dierickx ontsmet innameschuif

Corona. Het is de spreekwoordelijke olifant in de kamer, maar we kunnen het ook in dit gesprek niet links laten liggen. Lut klinkt ernstig. ‘Deze pandemie is voor de meeste mensen een sociaal slagveld, maar mijn hart gaat vooral uit naar de jeugd én naar mensen in armoede. Zij worden het hardst getroffen.’ 
Het is duidelijk, de rebel in Lut duikt op. ‘Natuurlijk zijn de maatregelen levensnoodzakelijk. Absoluut. Toch zou het naar mijn gevoel af en toe veel minder betuttelend kunnen. 
Mijn gevoel daarbij slingert me weer naar mijn tijd in het pensionaat, lang geleden.’ 
Wanneer ik haar vraag of de omstandigheden waarin ze in de bib kan werken, voldoende veilig zijn, antwoordt ze resoluut ja.
‘Ik heb me hier nog geen moment onveilig gevoeld,’ zegt ze, ‘alles is goed 
georganiseerd.’ Het brengt haar naadloos bij de tentoonstellingen in enkele musea die ze recent bezocht en waar ze in alle veiligheid kon genieten. ‘Het is echt triest dat
de cultuursector het zo zwaar te verduren krijgt momenteel. Mijn hart bloedt als ik daaraan denk.’ 

Of ze een verandering heeft opgemerkt in het gedrag van de bibliotheekbezoekers doorheen de hele coronaperiode? ‘Zeker wel! En niet alleen hier. Uitzonderingen zijn er altijd, maar de mensen zijn vriendelijker. Er wordt vaker spontaan goeiedag gezegd. Mondmaskers en handen ontsmetten zijn een evidentie, al moet je er een kleine minderheid van de bezoekers soms toch nog aan herinneren. Met de glimlach,’ vult Lut in één adem aan. En zo sluiten we dit aangename gesprek af met een  - hoe kan het ook anders -  positieve noot. 

Lieve Lut, bedankt voor je tijd. Blij dat je in ons team zit!


Interview & tekst: Betty De Boeck